skip to Main Content

De Thomas Scheltus Stichting; geschiedenis in het kort

Tot in de jaren 80 van de twintigste eeuw stond aan de Snouckaertlaan, recht tegenover de Korte Bergstraat, een statig pand dat het Dameshuis werd genoemd; in de tuin een romantisch theekoepeltje als blikvanger. Het werd gedurende een periode van bijna honderd jaar bewoond overeenkomstig de regels die door Cornelia en Carel Scheltus in hun testamenten werden vastgelegd.

Wie waren die broer en zus Scheltus? In de 2e helft van de 18e eeuw vestigt Isaac Scheltus, afkomstig uit Schoonhoven, zich in onze omgeving. In de eeuw die volgt is de familie Scheltus nadrukkelijk aanwezig in Amersfoort en Leusden. We zien ze terug als Heer van Leusden en in talrijke publieke functies zoals burgemeester, schout, commissaris van politie, regent van de Poth en vele andere bestuurfuncties. Een kleinzoon met dezelfde naam als zijn opa krijgt 4 kinderen, doch geen van hen krijgt nakomelingen; daarmee sterft deze tak van de familie uit. Toch leeft hun naam voort. In straatnamen, maar ook in de naam van de Otto Scheltusflat vernoemd naar de oudste van deze generatie, Otto, die regent is bij het Pieters- & Bloklandsgasthuis.

De twee langst levenden van het viertal zijn Cornelia Thomas-Scheltus en haar broer Carel Scheltus Isaäcszoon. Bij hen concentreert zich het familiekapitaal. Ze overlijden in 1894 twee dagen na elkaar. Een deel van hun geld laten ze na aan enkele bekenden en hun personeel. Maar daarnaast steunen ze met geld en onroerend goed bestaande organisaties zoals twee kerken en het Burgerweeshuis. Een niet onaanzienlijk deel van hun vermogen gebruiken ze voor het stichten van een “Tehuis voor Dames uit de deftigen stand”. Voor dit doel laten zij geld na en het herenhuis met tuin aan de Soesterstraatweg (nu: Snouckaertlaan).

In het huis is plaats voor negen dames van 45 jaar en ouder. Zij zijn “dochter uit den fatsoenlijke stand, die eene goede opvoeding hebben genoten, doch buiten hun schuld niet bij magte zijn in hun eigen onderhoud te voorzien”. De dames dienen te behoren tot de Hervormde-, Gereformeerde-, of de Christelijke Gereformeerde Kerk. In het testament is eveneens bepaald dat het bestuur dient te bestaan uit 6 personen, uit elk van de genoemde kerken twee. Veelzeggend is de bepaling dat in het bestuur geen predikant zitting mag hebben. Uitzondering op die regel is huisvriend ds. M.J. Bouman, die is belast met de uitvoering van de testamenten. Hij is ook de eerste voorzitter van Het Dameshuis. Een mooi voorbeeld hoe mensen hun eigenheid laten meewegen in hun nalatenschap. Dat vinden we ook terug in de huisregels. Carel Scheltus verdient een deel van zijn vermogen met de handel in drank, dus krijgen de dames bij het diner een glas bier en zondags twee glazen wijn.

In de jaren 80 van de vorige eeuw moest het bestuur van de Stichting vaststellen dat het oude pand niet meer kon voldoen aan de kwaliteitseisen die werden gesteld aan de huisvesting van bejaarden. Nieuwbouw op zo kleine schaal als bij de Stichting paste, zou niet rendabel te maken zijn. Na lang wikken en wegen werd besloten het pand te verkopen. De koper het Pieters- & Bloklandsgasthuis, sloopt het daarna om op die manier de bouw van de Otto Scheltusflat mogelijk te maken. Een aantal van de antieke voorwerpen uit het huis vindt een bestemming in museum Flehite.

Na de verkoop beheert de Thomas Scheltus Stichting een kapitaal, bestaande uit de opbrengst van het onroerend goed. En conform de testamenten helpt men met de opbrengsten van dat kapitaal nog steeds protestants christelijke dames van 45 jaar en ouder. Het gaat daarbij om dames die van een bijstandsuitkering of alleen AOW moeten rondkomen. De hulp loopt via de diakenen van de kerken. Een traditie is inmiddels de jaarlijkse paasactie. De kerken geven namen en adressen door van dames die aan de genoemde voorwaarden voldoen. Zij kunnen een extraatje goed gebruiken. Diakenen bezorgen een envelop met inhoud bij ruim 225 dames.

Het bestuur van de Stichting ziet toe dat de middelen gebruikt worden zoals broer en zus Scheltus dat wilden. Het zorgt er tevens voor dat er geen dode Stichting ontstaat, waarvan het kapitaal groeit terwijl het gebruik daalt. Zo wijzigt men in 1987 de statuten, zodat ook protestants-christelijke huizen voor ouderen een beroep op het fonds kunnen doen. En in 2007 besluit het bestuur zijn werkgebied uit te breiden met de kerken die de afgelopen eeuw van de drie oorspronkelijke kerken zijn afgesplitst.
In 2010 doet de studente Anna Maria Heinemann onderzoek naar de geschiedenis van Het Dameshuis en de beide erflaters. In 2015 verschijnt het onderzoek in druk. Het boekje geeft zicht in de bedoelingen van Cornelia en Carel Scheltus en het functioneren van Het Dameshuis. Het boekje is te koop voor € 12,50. U kunt het bestellen via de secretaris van de Stichting.